|
Karakteristieken en maateenheden:
- Bandenfabrikant (merk)
- Profielomschrijving / bandtype
- Bandbreedte in mm
- Verhouding bandhoogte tot bandbreedte in %
- Radiaalband
- Velgdiameter in inch
- Kencijfer voor het banddraagvermogen
- Snelheidsindex
- Tubeless (binnenbandloze band)
- Fabricagedatum (XX = week, X = jaar, < = 9de decade) (meer details hierover)
- De plaats van de Slijtage-indicator (Tread Wear Indicator) (1,6 mm)
- Bijkomende omschrijving voor banden met verhoogd draagvermogen
- Aanwijzing op geschiktheid voor de winter voor winterbanden en 4-seizoenen banden
Bron: Reifenfibel, 1ste oplage 1999, Zwitserland
Copyright by Bridgestone, Continental, Dunlop, Goodyear, Michelin, Pirelli
De dimensie van een band
Dimensie van de band
De technische uitvoering van de banduitrusting is door de § 36 van het wegenverkeersreglement met betrekking tot technische eisen en rijvaardigheidseisen vastgelegd. In overeenstemming daarmee zijn banden voor personenwagens conform het Europese voorschrift ECE-R 30 gestandaardiseerd. Dit geldt in het bijzonder voor identificatie van de flank van de band. Er wordt over de belangrijkste gegevens van de band informatie verstrekt. Als onderdeel van deze informatie zijn de voor de autobestuurder belangrijkste gegevens samengesteld - de norm vereist daarenboven nog andere omschrijvingen aan de zijkant, zoals de naam van de fabrikant en het type van de band.
Bandbreedte (3)
Deze wordt in millimeters aangegeven (bijvoorbeeld 175 mm). Bij traditionele banden voor personenauto's volstaan de dwarsbreedten van nominaal 125 mm (bijvoorbeeld 125/80 R 12) tot ca. 335 mm (bijvoorbeeld 335/30 R 19). De breedten stijgen daarbij in stappen van 10 mm. Speciale banden voor nieuwe wielbandsystemen (bijvoorbeeld TD-banden van Dunlop of TRX- of TDX-banden van Michelin) hebben andere breedtematen in millimeters. De breedten gaan van 160 mm tot 240 mm. Omwille van de gebruikelijke productietoleranties wijkt de effectieve breedte meestal in minieme mate van de nominale gegevens af en verschilt ze enkele millimeters van fabrikant tot fabrikant. Bovendien is ze afhankelijk van de breedte van de velg, waarop de band gemonteerd is. De standaardisatie van de banden laat het toe, de meeste banden op velgen met een verschillende breedte te monteren. Deze breedteverschillen kunnen er de oorzaak van zijn dat er op bepaalde voertuigen uitsluitend banden van bepaalde fabrikanten (merkbinding) of louter in combinatie met bepaalde velgen gemonteerd ogen worden, omdat in deze gevallen enkel en alleen deze banden in alle gebruiksomstandigheden met zekerheid (dus ook bij de veerdoorbuiging of bij de stuurhoek) "goedgekeurd" zijn. Ook de bruikbaarheid van sneeuwkettingen kan aan bepaalde bandfabrikaten en velgbreedten gebonden zijn. In acht te nemen zijn hier de aanwijzingen in autopapieren en gebruiksaanwijzing.
Verhouding tussen hoogte en breedte/serie ....../50, /60, /70, /80 (4)
Hier gaat het om de verhouding tussen hoogte en breedte van de dwarse doorsnede van de band in procent. Een "/50" betekent dan dat de bandhoogte half zo groot is als de bandbreedte. Met "afnemende" cijfers van de verhouding wordt de flank van de band altijd lager - gebruikelijke verschijningsvorm van sportieve personenauto's (225/45...). Speciaal geval: bij banden van de serie van 80 en /82 was vroeger de ".../80" in de omschrijving niet gebruikelijk - dienovereenkomstig kan in oudere voertuigpapieren nog "155 R 13" staan. Dit komt thans bij de aankoop van de band "155/80 R 13" overeen.
Bandtype (5)
"R" staat hier voor "Radiaal" (bijkomend ook vaak voluit geschreven). Het betreft het tegenwoordig courante type met radiaal aangebrachte karkasdraden. Tot in de jaren '60 was de diagonaalband de standaard. Voor zover tegenwoordig nog voor speciale gevallen (bijvoorbeeld oldtimers) geproduceerd, staat er in plaats van de "R" een "D" of ook "-". Opmerking: er mogen in principe slechts banden van één type gemonteerd worden. Een gemengde banduitrusting - m.a.w. diagonaal- en radiaalbanden aan één voertuig, is conform § 36 van het wegenverkeersreglement met betrekking tot technische eisen en rijvaardigheidseisen niet toegestaan.
Velgdiameter (6)
De velgdiameter wordt diagonaal van velgrand tot velgrand vastgesteld, de afmeting wordt meestal in duim ( " ) aangegeven. De meest courante afmetingen gaan van 10" tot 20". Bij TD-banden van Dunlop en ook TRX-, TDX-banden of het PAX-systeem van Michelin worden de velgdiameters in millimeter aangegeven. De meest gebruikelijke diameters gaan van 315 mm tot 440 mm.
Belastingindex (Load Index LI) (7)
Kencijfer voor de belastbaarheid van de band. Aan iedere belastingindexwaarde wordt, weergegeven in een gestandaardiseerde tabel, een bepaalde belastbaarheid van de band bij een vooropgestelde luchtdruk toegewezen. Voorbeeld "85" = 515 kg. De gemonteerde banden moeten minstens aan de in de autopapieren vermelde belastingindex voldoen, hogere waarden van de belastingindex zijn toegestaan. Extra vermelding
Snelheidssymbool (GSY, ook "Speedindex") (8)
Lettersymbool, dat de toegestane maximumsnelheid van de band aangeeft. Aan de letters zijn de hierna volgende snelheidscategorieën toegewezen (hier weergegeven: gebruikelijke GSY voor personenwagens).
GSY km/h
M 130
N 140
P 150
Q 160
R 170
S 180
T 190
U 200
H 210
V 240
W 270
Y 300
ZR >240
Binding van de looprichting:
Overwegend aan banden met een speciale profielvormgeving zijn er aan de flank van de band omschrijvingen zoals "Rotatie", "Draairichting", "Direction" ("Richting"), in combinatie met een looprichtingspijl terug te vinden. Bij de bandmontage dient deze vooropgestelde loop- of draairichting in acht genomen te worden.
Tubeless ("Binnenbandloos") (9)
Banden voor personenwagens zijn gewoonlijk "binnenbandloze" types. Het intrekken van een binnenband is niet enkel overbodig, het - afgezien van slechts enkele uitzonderingen - niet toegestaan. In geval van twijfel raadpleegt u de fabrikant van de band. In geval van bandenpech met luchtverlies mag dat in ieder geval als voorlopig hulpmiddel gelden.
Productiedatum(10)
Tor nu toe gebruikt codeersysteem: de laatste 3 cijfers van het zogenaamde "DOT"-nummer geven de fabricagedatum weer. De eerste beide cijfers noemen de productieweek, het laatste cijfer is het eindgetal van het jaar. Voorbeeld: 409 = 40ste week 1999. Dat wij met de jaren '90 te maken hebben, wordt nog door een driehoekje (rechts naast het uit drie cijfers bestaande getal) duidelijk gemaakt.
Slijtage-indicator (Treadwear Indicator , "TWI") (11)
Rondom aan de bandzijde is meermaals de afkorting "TWI" (ook andere symbolen zijn mogelijk) ingeperst. Als men de pijl volgt, stelt men vast dat in deze zone het profiel niet volledig in de diepte gaat. De reden: bij een profiel tot op 1,6 mm (zoals wettelijk toegestaan) liggen deze plaatsen dan duidelijk vaststelbaar aan het oppervlak, de slijtagegrens is bereikt. Zover mag men het niet laten komen: tests tonen aan dat reeds onder ca. 3 mm de grip, in het bijzonder bij nat weer, duidelijk afneemt!
Reinforced (12)
Omschrijving aan banden met een bijzonder hoog draagvermogen (voor kleine bestelwagens, minibussen, bestelwagens, terreinwagens... ). Doorslaggevend is echter ook hier het (dienovereenkomstig hoge) kencijfer van de belastingindex.
M&S (winterbanden/banden voor alle weertypes) (13)
Winterbanden zijn met "M&S", "M+S" of gelijkaardige afkortingen gekenmerkt. Hiermee is niet enkel vaststelbaar dat het om een bandtype voor de speciale, door de winter gestelde eisen betreft.
Beproevingsmerk "E":
Het "ECE-beproevingsmerk" wordt als "E" of "e" weergegeven, het bevestigt de naleving van de Europese norm (ECE- R 30). Afbeelding 6: De aanhangende "12" wijst op Oostenrijk als land van controle. Belangrijk: sinds de productiedatum 1.10.98 (40ste week '98, stemt overeen met DOT-nummer 408) is de identificatie van de flank van de band in Europa verplicht. Aan een voertuig mogen er bijgevolg geen banden gemonteerd zijn, die - voor zover na 1.10.98 geproduceerd - dit beproevingsmerk niet hebben. In het kader van het hoofdonderzoek ("TÜV" = "Technische Keuringsdienst") zou dat als een "ernstige tekortkoming" aan het voertuig geclassificeerd worden.
Gevulkaniseerde banden:
Ze dragen als identificatielabel "R", "gevulkaniseerd", "retread" of "retreaded". De datum van de vulkanisatie wordt op dezelfde manier als de fabricagedatum van nieuwe banden aangegeven.
|